vrijdag, maart 06, 2009

Andere tijden


Carolina Hansen begint te vertellen in het Nederlands: “Als er weer één geboren was moest er ook weer één uit, anders was er geen ruimte in dat kleine huisje.” Het is alsof ze een droevig lied zingt in een vreemde taal. Dan brengt ze haar moeder ter sprake en vindt als vanzelf haar stem terug: “Beneden onder an de diek. En mien moeke was hail schoon heur!”

Vrouwen op leeftijd vertellen hoe het was om dienstbode voor dag en nacht te zijn, in het Oldambt van de jaren twintig en dertig. Ik ken die vrouwen. Het zijn de nichtjes van mijn moeder, het is mijn moeder zelf. Het Gronings is precies goed, de klank van de Veenkoloniën. Ga twintig kilometer verderop en het is weg. Gronings nog, dat wel, maar niet de klanken die ik ken van thuis.

De nichtjes kwamen op verjaardagsvisite en lachten vijf kwartier in een uur. Heel anders dan de familie van vaderskant, die achter het glas naar elkaar zwegen. Ik heb er een grote liefde voor de tongval van Veendam en van de Pekela's aan overgehouden. Gisteravond kwam het voorbij op de treurbuis, een droevig prachtig cadeau.